Ondernemen vanuit jezelf #3
Het goede moment om eraan te werken bestaat niet
Ik weet al maanden wat er moet gebeuren.
Een evergreen versie van mijn cursussen. De boekhouding anders organiseren. Mijn positionering helder krijgen voor de nieuwe richting die ik insloeg. Allemaal werk waar ik “tijd voor moet maken”.
Dat moment is er niet gekomen. Niet omdat ik het vergeten ben; wel omdat ik elke week opnieuw eindig in uitvoering — en het grote werk stilletjes doorschuift naar volgende week.
Dit is het vervolg op Ondernemen vanuit jezelf aflevering #2, over de vier soorten werk. Want oké, je ziet dat het er ligt. Maar hoe begin je eraan?
We zijn allemaal brandweermannen
In onze business blussen we. Elke dag opnieuw.
Een mail die dringend is. Een klant die iets nodig heeft. Een post die vandaag nog moet. Een factuur die al te laat is. Het zijn allemaal brandjes. En we zijn goed in blussen. Het voelt productief. Het geeft voldoening. Aan het einde van de dag kun je iets aanwijzen: kijk, dit heb ik gedaan.
Dat is logisch. Je kunt niet werken aan de fundering terwijl het dak in brand staat.
Alleen: als je élke dag brandjes blust, kom je nooit toe aan het werk dat ervoor zorgt dat er minder brandjes ontstaan.
En dat werk — je cursus omzetten naar een evergreen versie, je boekhouding structureel aanpakken, je aanbod herbekijken, je positionering helder krijgen — dat is geen brandje. Dat brandt niet. Dat schreeuwt niet. Dat ligt daar gewoon. Geduldig. En wordt elke week een beetje zwaarder in je hoofd.
Waarom dat werk blijft liggen
Het is niet dat je het niet ziet. Je weet precies dat het er ligt. Je denkt er elke week aan. Soms elke dag.
Maar het voelt te groot om vandaag vast te pakken. Want je weet: als ik hieraan begin, moet ik er echt voor gaan zitten. Daar heb ik een hele namiddag voor nodig. Of een rustige ochtend. Of een dag zonder klanten. En die dag komt niet. Want morgen zijn er weer brandjes.
Dus plan je het in. Volgende week. Of het weekend. Of na dat ene drukke project. En dan komt volgende week, en dan zijn er weer brandjes. En dan schuift het weer.
Hier zit iets wat zelden wordt benoemd. We wachten niet uit luiheid. We wachten niet uit gebrek aan discipline. We wachten omdat we denken dat het pas “telt” als we er écht aan kunnen doorwerken.
Een cursus omzetten in twee uur voelt als echt werk. Een cursus omzetten in tien minuutjes tussendoor voelt als half werk. En half werk — zeker als je een brein hebt dat al moeite heeft om ergens aan te beginnen — voelt vaak erger dan niet-werk. Want dan heb je wél energie gestoken in iets, maar je hebt geen vinkje. Je bent niet klaar. Je bent ergens halverwege. En halverwege is voor veel onderneemsters de ongemakkelijkste plek die er bestaat.
Dus doe je het liever helemaal niet dan half. En zo blijft het liggen.
Wat het kost
En ondertussen groeit er iets. Niet het werk — dat blijft gewoon liggen. Maar de rugzak die je meetorst wordt zwaarder. Elke dag een beetje meer.
Want ergens begint er een stemmetje. Eentje dat klinkt als oude leerkrachten, als mensen die vroeger zeiden dat je niets afmaakt. Dat je lui bent. Dat je het toch niet kunt. Je weet dat het niet klopt. En toch — als de lijst lang genoeg blijft liggen, beginnen die stemmen geloofwaardiger te klinken.
Dat is wat het echt kost. Niet de tijd. Het zelfvertrouwen.
Het ventje op je schouder
Ik vergelijk het graag met een ventje dat op mijn schouder zit. In het begin is het grappig. Een stille stem die zegt dat er iets moet gebeuren. Niet altijd duidelijk wat. Gewoon: het moet.
Alleen weegt het gauw door als die daar lang blijft zitten.
Dat ventje gaat niet weg door meer te doen. Hij gaat alleen weg als ik tijd geef aan het werk waar hij om vraagt.
Misschien voelt dat bij jou anders. Misschien voelt het niet als een ventje, maar als een vage onrust. Of als die weken waarin je hard werkt maar het niet snel genoeg vooruit gaat. Of als dat moment ’s avonds waarop je denkt: eigenlijk had ik vandaag iets anders moeten doen.
Dat is dezelfde stem. Hij vraagt niet meer uitvoering. Hij vraagt niet meer uren. Hij vraagt dat je stopt met wachten en begint met wat er nu al kan.
Een vraag voor jou
Wat ligt er bij jou al maanden te wachten op het goede moment?
En wat zou er veranderen als je morgen — niet volgende week, niet na dat project, morgen — er tien minuten aan besteedt? Niet om het af te krijgen. Gewoon om te beginnen.
Het goede moment om eraan te werken bestaat niet. Het enige moment dat er is, is nu. En nu hoeft niet lang te duren.
Dit is aflevering #3 van Ondernemen vanuit jezelf.
— Caroline
Caroline Claeys werkte meer dan vijftien jaar in corporate verandermanagement en werkt al meer dan tien jaar met ondernemers. Ze kijkt mét de onderneemster naar wat er écht vastloopt — niet naar wat het lijkt.